Fast-5-Nederlands-samenvatting

Fast-5 samenvatting

Fast-5 betekent dat je elke dag 19 uur vast (niks eet of drinkt dat calorieën bevat, dus alleen calorie-loze dranken zoals water, thee of koffie) en dat je in 5 (of minder) opeenvolgende uren eet tot je honger gestild is. Je stelt je eetraam in op een voor jou passende tijd. Sommige mensen eten tussen 17-22 uur, anderen tussen 15-20 uur of van 13 tot 18 uur. Anderen geven de voorkeur aan een eetraam in de ochtend. Omdat eten en je sociale leven vaak hand-in-hand gaan, kun je het best je eetraam plannen tijdens je belangrijkste sociale bijeenkomsten.

 Waarom Fast-5?

Fast-5 is een geweldige manier om gewicht te verliezen, je streefgewicht te bereiken en dat gewicht vast te houden. Als je weer terug gaat naar je oude eetpatroon zul je natuurlijk weer aankomen, net als voorheen!

 Wat kun je verwachten?

De eerste 3 weken zijn de ‘aanpassings-fase’, verwacht nu nog niet direct gewichtsverlies. Sommige mensen komen zelfs aan, omdat ze in het eetraam neigen tot overeten.

Het is niet aanbevolen om je te wegen in deze periode, maar als je je niet kunt bedwingen, verwacht dan geen daling van je gewicht.

Na deze periode zou je gemiddeld een pond per week af moeten vallen, dus na een maand ongeveer 2 kilo.

Het gewichtsverlies is vaak niet constant, dus bijvoorbeeld 1 kilo in een week, dan een week niks, dan weer een pond.

Sommige mensen vallen sneller af, ook al in de eerste 3 weken, dat is geen probleem, maar het gebeurt niet bij iedereen. Vooral mensen die al een dieet met weinig koolhydraten volgen, vallen niet meteen veel af.

Als je de eerste weken meerdere kilo’s kwijtraakt, is het vaak grotendeels vocht, dat zal niet weken doorgaan.

Hoe begin je?

Er zijn 2 manieren: ‘cold turkey’ (abrupt overstappen) en ‘geleidelijke aanpassing’.

Cold turkey.

Je probeert meteen de 1e dag pas te gaan eten als je nieuw bepaalde eetraam opent. Dit zal soms wel lukken, maar misschien zul je eerst een paar ‘bijna maar niet helemaal’ dagen hebben voordat je de gewenste tijd bereikt.

Op deze manier zijn de 3e, 4e en 5e dag vaak het lastigst, daarna wordt het al snel makkelijker. Belangrijk om te onthouden:

Als je het niet haalt en al eerder begint te eten: Geef niet op! Als je dichter bij je doel komt, went je lichaam aan het langer vasten en gaat het de volgende dag beter. Uitglijders horen bij het aanpassingsproces!

Geleidelijke aanpassing.

Bij geleidelijke aanpassing verschuif je het moment dat je op een dag begint te eten steeds een stukje. Dat moment, in het Engels ‘break-fast’, (uitgespoken als ‘brake-fast’ om verwarring met breakfast, ontbijt te voorkomen) schuif je elke dag een half uur of een uur op, tot de gewenste tijd bereikt is.

Je kunt ook de volgende dag minstens 15 minuten later beginnen, tenzij je nog geen honger hebt, dan schuif je het moment verder op tot je wel honger hebt. Dat kan dus ook pas een uur later zijn (maar niet eerder).

Ook hier geldt: Als het een keer niet lukt, geef niet op!